Dirigent duikt diep in passie van Bach
Woensdag 4 april 2007 - BREDA - Traditiegetrouw was de stoelenbezetting in de Grote Kerk gisteravond maximaal. Het was dan ook voor de 62e keer dat de Matthäus Passion Breda door de gelijknamige stichting werd georganiseerd.
Door Peter Korz
Ditmaal uitgevoerd door een gezelschap, waarvan alleen het Brabants Kamerkoor in onze streken enige bekendheid genoot. Samen met het Hollands Vocaal Ensemble namen zij de koren en koralen voor rekening, die vol dynamiek door hun dirigent Fokko Oldenhuis werden aangegeven. In het Openingskoor en het koraal voor de pauze weefde de Schola Puellarum van de Bossche Sint Jan nog een extra heldere melodische draad door de vitale dubbelkorigheid. Niet alleen voor de vocalisten, maar ook voor het orkest was het de vierde en laatste uitvoering op rij. Solistische vaardigheden op klavecimbel en pijporgel, maar ook op een keur aan historische blaas- en strijkinstrumenten bleken van indrukwekkend hoog niveau. De solisten bevonden zich daardoor in goed instrumentaal vaarwater. Evangelist Joost van der Linden interpreteerde en declameerde het verhaal, waardoor zijn klankkleur zich telkens aanpaste. Donald Bentvelsen overtuigde als Christus met een krachtig geluid. Tenor Jeroen de Vaal hield zich goed staande tijdens de meest lastige Matthäus-aria 'Geduld', invallende bas Mitchell Sandler bleek klein van stuk, maar flink van stem, behalve tegenover de klank van de hobo's in 'Mache dich, mein Herze rein', en ook Francine van der Heijden kwam af en toe draagkracht tekort in de Grote Kerk. Al is het eigenlijk oneerbiedig om bij Bachs passiemuziek van hoogtepunten spreken, de manier waarop de violiste samen met de mannelijke altus Maarten Engeltjes het 'Erbarme Dich' gedragen neerzette, deed de volle kerk verstommen. De altvioliste voerde even later in de basaria 'Gebt mir meinen Jesum wieder' ook een huzarenstukje op door binnen een bloedstollend tempo in de pas te blijven. Het waren twee uitersten in aanpak waarmee ook Oldenhuis zijn diepe duik in de passie van Bach liet horen; breed met wijde ronde gebaren, strak met felle wijsvingers naar stempartijen of juist klein en dun in bijvoorbeeld in het koraal 'O Haupt voll Blut und Wunden'. Extra applaus dus voor de dirigent, maar dan wel buiten de kerk. De oproep van de stichting om na afloop uit eerbied voor het lijdensverhaal stilte te betrachten, bleek dan ook niet aan dovemansoren gericht.